Tevreden met tal van positieve punten
PRIO steunt vele punten uit de tekst van de minister, zowel in de problemen
die hij ziet in het huidige onderwijslandschap als in de oplossingen die
aangereikt worden. Specifiek naar de realisatie van een recht op inclusief
onderwijs, is er het inschrijvingsrecht (op termijn) in het gewoon onderwijs
op leerzorgniveau III en het feit dat de middelen voor een leerling op
leerzorgniveau III onafhankelijk worden van de schoolkeuze. Deze maatregelen
kunnen inclusie mogelijk maken voor een grotere groep van leerzorgleerlingen.
Ook is er bvb. de klemtoon op handelingsgerichte diagnostiek bij de rol
van het CLB die zeker kan bijdragen tot een betere samenwerking met de
school en de ouders.
Enkele pijnpunten
Toch is het huidige voorstel niet volledig zoals we het gewild hadden.
Hieronder vindt u een aantal pijnpunten die PRIO ziet in het huidige voorstel
van de minister.
1. De zinvolheid van inclusie op zorgniveau IV.
We betreuren dat de huidige tekst inclusie op leerzorgniveau IV als
niet zinvol betitelt. We vinden dat de overheid een voorbeeldfunctie heeft
in dit debat, en naar het onderwijsveld een duidelijk signaal moet geven
dat a priori zowel het buitengewoon als het gewoon onderwijs evenwaardige
alternatieven zijn, waartussen de keuze enkel in het belang van het kind
en zijn omgeving gemaakt moet worden. De zinvolheid zal dus enkel op individuele
basis moeten afgetoetst worden, door het team rond de leerling.
2. Inschrijvingsrecht leerzorgniveau IV.
Gelet op de beperktheid van de groep kinderen die op dit leerzorgniveau
een inschrijving in het gewoon onderwijs overwegen, staan we op het behoud
van de huidige procedure zoals beschreven in het GOK-decreet. Klemtonen
voor ons zijn hierin dat de school de haalbaarheid intern moet evalueren,
in dialoog gaan met de ouders, een concrete draagkrachtafweging moet maken,
en op basis daarvan een beslissing nemen. Ook de bemiddeling van het LOP
en het beroep bij de commissie leerlingenrechten moeten behouden blijven.
Bij de draagkrachtafweging moet het totaalpakket aan ondersteuning in
overweging genomen worden.
3. Overdraagbaarheid middelen op leerzorgniveau IV.
Net zoals de middelen op leerzorgniveau III onafhankelijk worden van
de school waar de leerling is, is het niet fair om de leerlingen op leerzorgniveau
IV die toch opteren voor het gewoon onderwijs te straffen door hen slechts
de middelen van leerzorgniveau III te geven. Het kind heeft recht op de
nodige ondersteuning op basis van de inschaling die het CLB uitvoerde,
zodat ook deze kinderen de totaliteit van deze begeleiding moeten kunnen
gebruiken in het gewoon onderwijs. Het team rond deze leerling, onder
leiding van de directie van de school, zal dan de beste aanwending van
deze middelen moeten bepalen.
Ook koppelen we hieraan een pleidooi tot samenwerking met andere sectoren
zoals welzijn en volksgezondheid omdat de problemen van deze leerlingen
vaak breder zijn dan enkel van onderwijskundige aard. Het lijkt ons daarom
aangewezen dat onderwijs het voortouw neemt in deze samenwerking.
4. Criteria leerzorgniveau IV.
We merken een sterke discrepantie tussen de eerste paragrafen van leerzorgniveau
IV en de voorgestelde criteria. Vooral het laatste criterium (het OV1-OV2
criterium) is sterk in tegenspraak met de rest van dit hoofdstuk, waar
we o.a. lezen dat deze leerlingen “blijvende nood aan gespecialiseerde
therapie en verzorging, eventueel met residentieel of semi-residentieel
verblijf in een voorziening. (...) Op leerzorgniveau IV gaat het dus om
leerlingen met zeer complexe ondersteuningsnoden”.
Vooreerst is het OV1-OV2 criterium vaag in zijn bewoording en implicaties.
Het is niet duidelijk, en de verschillende overlegmomenten met de minister
of zijn medewerkers hebben voor ons deze onduidelijkheid zeker niet kunnen
oplossen. Dit criterium kan gezien worden in de zin dat OV3-leerlingen
zeker niet op leerzorgniveau IV kunnen ingeschaald worden, maar het kan
evenzeer door bepaalde belangengroepen ingeroepen worden om alle OV1 en
alle OV2 leerlingen van vandaag automatisch op dit leerzorgniveau IV in
te schalen.
Daarom pleiten we met aandrang voor het loslaten van de verwijzing naar
OV1 en OV2 bij de voorgestelde criteria: Het is niet het traject of het
einddoel dat de inschaling moet bepalen, maar enkel de intensiteit en
de aard van de benodigde ondersteuning.
|